For years now, fortepianist Jen Vermeulen has been working his way through the Schubert canon, and the latest installment is this heart-stoppingly beautiful account of the complete works for fortepiano, violin, and cello. Joined by violinist Christine Busch and cellist France Springuel (also playing on early-19th-century instruments), Vermeulen delivers warm, engaging performances of these four pieces, four of them titled as trios and one as a nocturne. The playing on the scherzo and allegro movements is consistently excellent, but the ensemble really shines on the slow movements, which are burnished to a golden glow of bittersweet emotion. Very highly recommended to all classical collections.


Klara

De eerdere cd-samenwerking tussen pianist Jan Vermeulen en celliste France Springuel, in kamermuziek van Robert Schumann, werd zo'n jaar geleden in Klara's 10 al fel bejubeld. Op deze nieuwe cd, met daarop alle werken voor pianotrio van Franz Schubert, krijgen ze het uitstekende gezelschap van violiste Christine Busch. Busch speelde ook al met hen mee bij de opname (ook bij Et'cetera) van het Forellenkwintet van Schubert, en onlangs nam ze nog voor PHI, het label van Philippe Herreweghe, de sonates en partita's van Bach op. Schoon gezelschap dus op deze nieuwe uitgave, waarop natuurlijk vooral de twee pianotrio's, die Schubert een jaar voor zijn dood componeerde, centraal staan. In het openingsdeel van het eerste pianotrio in Bes, D898, hoor je meteen hoe voortreffelijk deze stukken op oude instrumenten klinken. Alles is voortdurend in beweging, het geheel trekt fris, beweeglijk, verbeeldingsvol en speels aan je voorbij. En, belangrijk in deze werken, het goede humeur overheerst. Aan zijn Tröndlin-pianoforte stuurt Jan Vermeulen, met een niet te stuiten fantasie en energie, deze voortreffelijke uitvoeringen. Maar er is ook ruimte voor intieme gloed, in de dromerige openingsmelodie van het tweede deel bijvoorbeeld, innig, bijna plechtig voorgedragen door achtereenvolgens France Springuel en Christine Busch. Het scherzo krijgt een levendig, dansant karakter, en ook een terecht donker kleurtje. In de finale overheersen vrolijkheid en Weense charme. Dezelfde kwaliteiten vind je terug in het tweede trio, waarin deze drie muzikanten een mooie eenheid weten te brengen. Het openingsdeel klinkt tegelijk lyrisch en krachtig, het beroemde andante con moto heeft, door de opwindende muzikale dialogen, een ongewoon geladen sfeer. Schitterend is dat. Ook van de twee kortere werken, de bekende 'Notturno' en het jeugdwerk, de 'Sonatensatz', zal je maar moeilijk een betere versie vinden, zeker niet op oud instrumentarium.

Bart Tijskens