Twee muzikanten vonden eind 2010 de perfecte kamermuziekpartner in elkaar: France Springuel en Jan Vermeulen. Na een eerste Schubert-plaat vorig jaar, ligt er nu een tweede cd in de winkels met werken voor pianoforte en cello van Robert Schumann. Een magistrale opname. Eerder speelden hun levens zich in aparte werelden af – die van de moderne en die van de oude instrumenten. Maar één telefoontje van Jan Vermeulen en een week bedenktijd deden Springuel besluiten om ervoor te gaan. Zij werkte zich technisch en stilistisch grondig in, bespande haar Tomaso Balestrieri (Cremona, 1752) met darmsnaren, en legde zich met heel haar hart toe op Beethoven, Schubert en Schumann. Aan haar zijde pianoforte-kenner, pedagoog en gerenommeerd Schubert-vertolker Jan Vermeulen, vorig jaar nog door Klara tot Musicus van het jaar gekroond. Hij is voor haar natuurlijk ook voor een stukje mentor in deze materie. Vermeulen bespeelt hier zijn fantastisch mooie Tröndlin (Leipzig, 1835), hét instrument van Schumann. En... het resultaat is magie in de Fantasiestücke op.73, Drei Romanzen op.94, Adagio en Allegro op.70, Märchenbilder op.113 en Fünf Stücke im volkston op.102... sterk emotioneel geladen composities uit het jaar 1849 waarin een zoveelste depressie Schumanns creativiteit sterk aanwakkerde. Wat maakt deze uitvoering nu zo bijzonder en zelfs uitzonderlijk? De instrumenten, om te beginnen. De lichtere klank van de darmsnaren lijkt als vanzelf ineen te vloeien met de warme sonore bassen van de 80 jaar jongere Tröndlin. Mit innigem Ausdruck, mit melancholischem Ausdruck, Zart und mit Ausdruck, Rasch und feurig,… de instrumenten lijken niet alleen de perfecte tolk voor Schumanns pertinente voorschriften, ze maken van de vaak 'donker' en getormenteerd geïnterpreteerde partituur een transparantere en meer verinnerlijkte vertelling. Een ander opvallend punt. Springuel en Vermeulen respecteren rigoureus iedere tempoaanduiding van Schumann, zelfs als dat zoals in het eerste deeltje van 5 Stücke in Volkston haast onspeelbaar is. Schumann die zelf geen strijkinstrument bespeelde trok zich niets aan van de moeilijkheidsgraad... maar dit duo heeft erop gewerkt tot het lukte. Het herinnert er ons bovendien aan dat France Springuel tot tien jaar geleden nog als een van 's werelds grootste cellisten 6 maanden per jaar op de wereldpodia speelde, en dat 25 jaar lang. Dat ze nu terug is, na een persoonlijke 'innere Reise', is een zegen voor de muziek en voor het publiek. Een derde opvallend punt is het samenspel, een perfect geoliede machine waarin zij een zeldzaam begrip tonen voor elkaars inbreng en betrokkenheid. Hun interpretatie is dienend, sereen, en ongelofelijk bevlogen en pakkend. Ze getuigt van een rijpheid, eigen aan professionals van een zekere leeftijd en met een palmares van betekenis. Ze hoeven niets meer te bewijzen, enkel de muziek te laten spreken. Toevallig, maar ook niet helemaal, hoorden we Jan Vermeulen en France Springuel dit programma afgelopen zondag spelen in de Gentse Parnassuskerk. We wilden weten of dit live ook zo zou overkomen... En jawel. Indrukwekkend was te zien en te horen hoe beiden kamermuziek speelden, als twee lepeltjes in elkaar. Eén golf, één beweging, één lichaam dat ademt, één visie. Blijkbaar was de cd-opname ook 'in één geut' kunnen gebeuren. Dit kamermuziekgeluk is zeldzaam, maar het bestaat dus écht. Tot slot: Robert Schumann heeft ooit gezegd: "De missie van de kunstenaar is licht te sturen naar de diepte van het menselijk hart". Met deze pakkende vertolking van Schumanns innerlijke pijn is die missie alvast volbracht.

Greet Van 't veld